dinsdag 15 april 2014

Bloemmozaïeken in De Zilk





Elk jaar vindt in april de wedstrijd van de bloemmozaïeken plaats in het buurtschap De Zilk (gemeente Noordwijkerhout). Deze wedstrijd voor het fraaiste en meest ludieke werkstuk is een uiting van volkskunst en traditie. De makers zijn soms een week bezig met een werkstuk gemaakt van 'afvalmateriaal' van de bloembollenteelt.

Rissen en risten
Bewoners van het dorp rissen of risten de bloemetjes van de hyacinten en strooien die in patronen op houten platen (strooiwerk). Anderen bevestigen de nageltjes (=bloemen) met spelden op platte platen piepschuim (steekwerk). Een derde categorie is het 3D-steken. Driedimensionale voorwerpen worden met bloemen versierd.

Onderwerpen
De onderwerpen die de stekers en strooiers kiezen hebben vaak te maken met de actualiteit. De zachte winter, Talentenjachten op televisie, de plaatselijke musical, 100 jaar Donald Duck en Boer zoekt vrouw worden uitgebeeld met hyacintenbloemen. Naast volwassenen doen ook heel veel kindergroepen mee.
In 2014 zijn er 41 werkstukken.

maandag 3 maart 2014

Carnavalsoptocht De Zilk 2014

Op 2 maart 2014 om 11 minuten over 1 trekt de carnavalsoptocht van 2014 door het buurtschap De Zilk. De Zilkers zijn trots op hun carnaval en trots op de carnavalsstoet. Kijk hier voor een impressie van het carnaval in dit Zuid-Hollandse dorp.


zondag 2 maart 2014

Carnaval Noordwijkerhout nog geen eeuw oud



In het Haarlems Dagblad verscheen zaterdag 1 maart 2014 een artikel over de historie van het hedendaagse carnaval in Noordwijkerhout. De schrijver gaat daarbij terug tot de Middeleeuwen (1261). Dat er vastenavond of vastelavond gevierd werd in die tijd lijkt aannemelijk. Alleen ontbreken de bronnen om dat te bewijzen. Van optochten, wagens en dergelijke is geen sprake. Het feest voor de aanvang van de Vasten was bovendien vooral een stedelijk feest. Ook uit latere eeuwen zijn de gegevens schaars. Een vermelding uit 1820 is een van de weinige. Het is moeilijk de boeren bij elkaar te krijgen die belasting moeten betalen omdat het carnavalstijd is, zo schrijft de controleur der directe belastingen.

Prins en vereniging
Het feest met een prins, een vereniging, carnavalswagens en bijvoorbeeld een optocht, begint in de jaren zestig. In 1961 benoemt Ben van den Hoorn zich tot eerste prins in Noordwijkerhout. De vereniging de Kaninefaaten wordt in 1962 opgericht. De Kaninefaaten zijn echter niet de eersten. In 1958 is er al een prins Bavianus (Gijs Kales) die op de Sint Bavo een feest organiseert en ook een vereniging opricht De Bavianen.

Noordwijkerhout en Nederland
In die tijd  volgde vele plaatsen in Nederland waar tot dan toe geen carnaval bestond. Noordwijkerhout onderscheidt zich niet van de rest van Nederland. Het lijkt veel meer voor de hand te liggen dat de opkomst van carnaval te maken heeft met de veranderde maatschappij na de Tweede Wereldoorlog. De jeugd kreeg meer geld te besteden en er ontstaat protest tegen autoriteiten en de gevestigde orde. Carnaval is daarvoor een perfect feest met het omkeren van de gezagsverhoudingen. Prins carnaval heerst over het dorp en niet de burgemeester en de ´carnavalisten´  gedragen zich een paar dagen anders dan in het gewone dagelijkse leven.

Noordwijkerhout hoofdstad van carnaval
Dat Noordwijkerhout nog steeds de hoofdstad van het carnaval in de Duin en Bollenstreek is heeft denk ik vooral te maken met de aanwezigheid van veel katholiek personeel uit Noord-Brabant op de Bavo in de beginjaren. Men sluit in de jaren zestig en zeventig ook aan bij een landelijke groei van het aantal carnavalsverenigingen. Veel opmerkelijker is dat Noordwijkerhout nog steeds het centrum voor het carnaval in de Duin en Bollenstreek is, terwijl veel verenigingen van boven de Moerdijk allang de pijp aan Maarten hebben gegeven.

Bronnen op aanvraag beschikbaar

maandag 6 januari 2014

Driekoningen ontmantelt de kerstboom

De kerstboom wordt tegenwoordig gezet op 6 december of een paar dagen na Sinterklaas avond. Dat is bijna gelijktijdig met de bomenzetters in de Verenigde Staten waar dit jaar het kerstseizoen begon op 5 december.

Boom en stal
Het einde de van de kersttijd is ook verschoven. Dat is nu 1 januari. De vuilnismannen en vrouwen uit Amsterdam gaan op die dag de straten langs op zoek naar bomen om te worden gerecycled.

In Nederland verschuift de kerstperiode ook richting Sinterklaas. Kerstvieringen in de 19e en groot deel van de twintigste eeuw begonnen pas op kerstavond. Dan zette men de boom. Eerst gebeurde dat alleen bij protestante gezinnen later ook bij katholieke. In katholieke gezinnen was het stalletje het middelpunt van de kerstviering.

Driekoningen
De boom ging de deur uit en het stalletje werd opgeborgen na de viering van Driekoningen op 6 januari. Je moest in een katholiek gezin toch wachten tot de drie wijzen uit het oosten het kindje Jezus begroet hadden.

Bronnen op aanvraag beschikbaar


dinsdag 31 december 2013

Siervuurwerk toch oude traditie

Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed vindt dat vuurwerk een traditie is. Siervuurwerk hoort daar ook bij. Die traditie van siervuurwerk afsteken is niet oud zegt het Ncvie in het Haarlems Dagblad van 31 december 2013. Voor het eerst in 1898 zou het publiek zich vermaakt hebben met siervuurwerk en wel bij de troonsbestijging van Wilhelmina.

17e eeuw
Maar in de zeventiende eeuw was er ook al siervuurwerk. Op de tentoonstelling De Gouden Eeuw viert feest (2011-2012) hangt een schilderij gemaakt door Egbert van der Poel rond 1650. Daarop zijn duidelijk twee vuurpijlen te zien. Ze vormen de achtergrond van een nachtelijk tafereel van feestelijkheden bij toortslicht op de Oude Delft.

Wellicht is siervuurwerk een traditie die tijdelijk verdwenen of vergeten is, maar lijkt veel ouder dan het vuurwerk aan het eind van de negentiende eeuw.




Bronnen op aanvraag beschikbaar

zaterdag 28 december 2013

Waarom heet een rotje een rotje?

De herkomst van rotje als een soort vuurwerk is afkomstig van ratje.Een rotje afsteken was dus in het verleden een ratje aansteken. Dit in de meest letterlijke betekenis van het woord.

Rotjesbranden
De oudheidkundige Jan ter Gouw schreef erover. Het was onderdeel van de volksvermaken in Amsterdam. Vooral jongens hielden zich met dit dierkwellende spel bezig. De ratten die ze vangen worden met stro omwonden en daarna ingesmeerd met pek, teer of zwavel.

Het beest wordt dan in brand gestoken en vliegt van links naar rechts door de straten. De angst voor brand bracht de hele buurt in rep en roer volgens Ter Gouw. Huisvrouwen achtervolgen de rat met bezems en de aardappelman verjaagt de rat met zijn schop.

19e eeuw
Men ging door tot de rat brandend in de gracht belandde en ten slotte sterft. Het rotjebranden was in de eerste helft van de negentiende eeuw waarschijnlijk nog gebruikelijk. Toen Ter Gouw erover schreef in 1870/1871 zou het gebruik verdwenen zijn.

Bronnen op aanvraag beschikbaar

donderdag 28 november 2013

Is Zwarte Piet geboren uit Racisme?


Ja natuurlijk. De figuur Zwarte Piet heeft duidelijk te maken met racistische beeldvorming en gedachten. Dat is ook al lang bekend. 

Literatuur
In alle literatuur ook de populair wetenschappelijke zoals Het Sinterklaasboek van Eugene Boer en John Helsloot doet daar niet moeilijk over. Vanaf de jaren tachtig is er al kritiek op deze figuur. 

Je kan echter ook zeggen dat Sinterklaas nog nooit betrapt is op racistische uitspraken in het algemeen en ook niet over zijn knecht en helper Zwarte Piet. 

Boos op Piet
Dat mensen van Surinaamse en Antilliaans herkomst desondanks boos zijn op dit gebruik van een  'zwarte man' als knecht voor een heilige en kindervriend is begrijpelijk. Dat is niet meer van deze tijd. Zwarte Piet zal zeker verdwijnen. Alleen hoe en wanneer dat is onduidelijk. 

Paramaribo
Misschien moeten we een zwarte Sint hebben. Dat kan dan ook zonder helpers zoals dat tot de negentiende eeuw ook al was. En laat de stoomboot dan maar uit Paramaribo komen.


woensdag 27 november 2013

Zwarte Piet in de groep gegooid





Dinsdag 26 november kondigt het Ncvie aan dat Zwarte Piet onderwerp wordt van een groepsgesprek met ongeveer 30 organisaties. Doel is eenduidigheid over de vraag: Wat doen we met Piet? 


'Tradities veranderen van onder op' vertelt het Ncvie en nodigt vervolgens organisaties uit die het feest van boven af organiseren of daar mee te maken hebben. Een enquête lijkt me meer 'van onder af' bij voorbeeld.

Wellicht is dit groepsoverleg de manier om de internationale erkenning van het feest niet verder in gevaar te brengen. Geluk bij een ongeluk voor het Ncvie is dat de tegenstanders van Zwarte Piet op dusdanige schandalige en grove manier bejegend worden door de voorstanders dat daardoor de houdbaarheid van deze feestfiguur snel en sterk terug loopt.

zondag 15 september 2013

In welke Europese culturen kende men als eerste seizoenen?


In de Minoïsche en Myceense cultuur (ca. 3100-300 voor Christus) kent men al seizoenen. De jaargetijden werden voorgesteld als goddelijke personen. Er zijn aanvankelijk drie jaargetijden: zomer, winter en lente. De herfst verschijnt vanaf de vierde of vijfde eeuw voor Christus.

Jaargetijden
De eerste afbeeldingen van de jaargetijden dateren uit de vroege Griekse beschavingen van 600-480 voor Christus. De jaargetijden zijn afgebeeld en beschreven als vrouwelijke geesten. Deze `Horai' zorgen voor warm weer, regen, wind en vruchtbaarheid.

In de vijfde eeuw voor Christus krijgen ze ook attributen. De drie Horai staan afgebeeld op een vaas. Een draagt een bloem (lente), de tweede een omgeslagen mantel (winter) en de derde een tak met bladeren (zomer). In de vijfde of vierde eeuw voor Christus komt er een vierde Hore (herfst) bij. Deze draagt een druiventros.

Extra symbolen
In de derde en tweede eeuw voor het begin van onze jaartelling kregen ze ook meer attributen.

De lente kreeg een bloemenkorf, een enkele bloem, bloemenkrans in het haar, bloemenslinger en jonge dieren.

In de zomer is de Hore schaars gekleed of naakt met een korenschoof of een krans van koren in het haar.

De herfst wordt gesymboliseerd door druiventrossen, wijnranken en wijn.

De winter krijgt als attributen een haas, eend of zwijn. Dieren waarop in de winter gejaagd wordt.

Bronnen op aanvraag beschikbaar




vrijdag 30 augustus 2013

Welke goden horen bij de seizoenen in de zeventiende eeuw?


In de almanakken uit de zeventiende eeuw staan goden uit de klassieke oudheid zoals Bacchus, Ceres en Venus symbool voor de vier jaargetijden.

Goden
Zo staat de lente in de Comptoir-almanakken van 1654 en 1655 afgebeeld als Venus of Cupido. De god Ceres stelt de zomer voor en Bacchus de herfst. Voor de winter gebruiken de illustratoren een simpele oude man. Van de laatste is niet bekend of deze ook symbool staat voor een god.


Venus is de Romeinse godin voor de schoonheid en liefde. Bij de Romeinen is de maand april aan haar gewijd. Ceres is de Romeinse godin van de landbouw. Bacchus, god voor de herfst en de wijn. In de almanakken uit de zestiende eeuw noemt men Vastenavond of Vastelavond ook wel Bacchusdag, hoewel deze natuurlijk aan het begin van de lente valt.

Bronnen op aanvraag beschikbaar

donderdag 15 augustus 2013

Waarom heet dit seizoen zomer?


De namen van de vier seizoenen zijn afgeleid van Middelnederlandse woorden. Soms is de herkomst van de woorden onduidelijk. Voor de namen zomer en winter tasten we nog steeds in het duister. Er zijn wel ideeën..

Seizoenen
De herkomst van het woord zomer is onduidelijk. Waarschijnlijk is zomer afgeleid van zon, maar zeker is dat allerminst. 

De herfst is een verbastering van het Middelnederlandse `hervest'. Dit woord betekent oogst, denk maar aan het Engelse `harvest'. De herfst is de periode dat er veel geoogst wordt op het land.

De oorsprong van het woord winter is net als zomer onzeker. Het woord zou verwant zijn aan het Litouwse woord voor water en de Gallische woorden voor `wit' en `sneeuwtijd'. Maar ook een verwantschap met `wind' is niet uitgesloten.

Lente is waarschijnlijk afkomstig uit het midden nederlands en verwant aan het van het oud Engelse lenten en  het oud Hoogduitse lengizin en langez.  Deskundigen een verband met Langer en langer worden. In dit geval langer worden van de dagen.



donderdag 1 augustus 2013

Wanneer wordt het thema van de vier jaargetijden populair op schilderijen?


Het afbeelden van de jaargetijden wordt populair in de zestiende eeuw onder andere door de schilderijen van Pieter Bruegel de Oude (1526?-1569). Het thema verspreidt zich snel verder door kopieën en navolgingen van de oorspronkelijke werken.


Schilderkunst
Bruegel maakt voor het eerst een serie van zes grote schilderijen die de twaalf maanden voorstellen. In 1570 verschijnt ook een reeks prenten dit keer over over de vier jaargetijden. Lente en zomer naar tekeningen van Bruegel en winter en herfst van Hans Bol. De schilderijen en prenten zijn de voorbeelden voor veel navolgers.

Grimmer
Met name vader Jacob (1526?-1590) en zoon Abel Grimmer (1573-1619) specialiseren zich in afbeeldingen van de jaargetijden. In het bijzonder Abel produceerde tientallen reeksen schilderijen met de jaargetijden. Hij kopieerde op grote schaal de prenten van Bruegel en Bol. Ook Bruegel de Jonge zet de traditie van zijn vader voort. Deze kunstenaars zijn bepalend voor de beeldtraditie over de vier jaargetijden tot ver na de Middeleeuwen.

Bronnen op aanvraag beschikbaar


dinsdag 30 juli 2013

Waarom gaan automobilisten in 1974 met elkaar op de vuist?


De eerste keer dat in Nederland maximumsnelheden in het verkeer worden ingevoerd is op 6 februari 1974. 100 Kilometer wordt de maximumsnelheid op snelwegen. Wie te snel rijdt riskeert een bekeuring maar wordt ook door de medeweggebruikers gecorrigeerd.

Energiebesparing
Volgens de regering is de invoering van een maximumsnelheid van 100 kilometer nodig om het aantal verkeersdoden terug te dringen. In werkelijkheid is de maatregel waarschijnlijk ingegeven door de noodzaak energie te besparen.



Nederland krijgt in oktober 1973 te maken met een olie-embargo. Aanvankelijk gaat men op verzoek van de regering langzamer rijden. Borden voor de maximumsnelheid zijn nog niet nodig. Men houdt elkaar in de gaten. Dat gaat heel ver. Men gaat zelfs met elkaar op de vuist als er te hard gereden wordt. Als er berichten in de pers verschijnen dat het wel meevalt met de olievoorraad, gaat de snelheid weer vlug omhoog. Dan besluit de regering alsnog in februari 1974 de 100 kilometerlimiet wettelijk vast te leggen.

Bronnen op aanvraag beschikbaar

maandag 29 juli 2013

Hoe komt juli aan zijn 'bijnaam' Hooimaand?



De beeldtaal die hoort bij de verschillende maanden is waarschijnlijk afkomstig van de Romeinse Codexkalender, een kalender uit de vierde eeuw na Christus.


Middeleeuwse kunstenaars nemen de beelden voor de maanden over. De abstracte namen van de maanden krijgen zo een concrete invulling met beelden uit het dagelijks leven. De bezigheden die daarbij hoorden zag je in die maanden ook gebeuren.  

Tot in onze tijd is dat zo gebleven al ziet men de afbeeldingen vooral in ouderwetse boekjes over het weer en de kalender en in almanakken. Juli is nog steeds de hooimaand ook al is hooien in onze maatschappij veel minder belangrijk dan bijvoorbeeld vakantie.  

zondag 31 maart 2013

Wanneer spoelt in Zandvoort een beeld van Paaseiland aan?




Op 1 april 1962 spoelt in de kustplaats een beeld van Paaseiland aan. Deze sensatie beheerst het nieuws van kranten en televisie. Het wordt een van de bekendste 1-aprilgrappen in Nederland.

De Haarlemse kunstenaar Edo van Tetterode zet de stranding in scène samen met de NCRV. Het beeld trekt landelijke aandacht. Vele mensen kwamen naar het beeld kijken.

Genootschap
Geïnspireerd door dit grote succes richt Van Tetterode het 1-Aprilgenootschap op. Dit genootschap kiest elk jaar de beste 1-aprilgrap en beloont de grappenmaker met een beeldje. Het genootschap blijft een eenmanszaak en na het overlijden van kunstenaar Edo van Tetterode in 1996 is het genootschap opgeheven.

Bronnen op aanvraag beschikbaar

woensdag 20 maart 2013

IJzeren koe



Waarom kregen dominees een ijzeren koe?

Het inkomen van dominees in Drenthe is in de 19e eeuw en begin 20e eeuw afhankelijk van de omvang van de gemeente waar hij staat. Om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien schonken de gemeenteleden geld waar de dominee een koe van kon kopen.

Deze som geld werd de ijzeren koe genoemd. Drentse dominees hebben in de 19e eeuw gras- en bouwland tot hun beschikking voor voedselvoorziening en om iets bij te verdienen. Een knecht zorgt voor het vee en de opbrengst van de akker. De dominee hoeft niet zelf zijn ijzeren koe de wei in te sturen of te melken.

Bronnen op aanvraag beschikbaar

donderdag 14 maart 2013

Reclame


Wanneer begint reclame belangrijk te worden in Nederland?

Hoewel reclameuitingen ook al te vinden zijn in Pompeï, begint de grote toename van reclame in de negentiende eeuw (1800-1900). Reclame wordt mogelijk en noodzakelijk door het ontstaan van massaproductie in fabrieken.

Massaproductie
Door het produceren in fabrieken voor de massa wordt het uiterlijk van het product bepaald door de de producent. Deze producent gaat zijn artikelen voorzien van een merknaam en afbeeldingen. Merknamen maken het mogelijk reclame te maken om producten bekend te maken en te verkopen.

Massamedia
Reclame groeit in de negentiende eeuw sterk door de opkomst van de massamedia. Met name de afschaffing van het dagbladzegel deed de oplagen en de variatie in kranten sterk toenemen. Bedrijven die als eerste advertenties plaatsen zijn Verkade, Van Houten, Douwe Egberts en Van Nelle. Vanaf de jaren vijftig zijn reclame-utingen ook steeds vaker een deel van de cultuur van het dagelijks leven. Bijvoorbeeld geëmailleerde reclameborden worden verzameld omdat ze culturele en kunstzinnige waarde hebben. De keuze van de Gouden Loekie is eigenlijk een graadmeter voor de aantrekkelijkheid van deze manier van productpromotie.

Bronnen op aanvraag beschikbaar

woensdag 6 maart 2013

Het kost een grijpstuiver


Wat was een grijpstuiver?

De naam 'grijpstuiver' verwijst naar de griffioen die op de middeleeuwse stuivers stond. Een griffioen is een mythologisch dier dat half vogel, half leeuw is. In de volksmond heet het dier dan al 'vogel grijp', Vandaar dus 'grijpstuiver'.

De verbinding van grijpstuiver en weinig geld komt doordat de stuiver lange tijd het minst waardevolle muntje is.

Bronnen op aanvraag beschikbaar 

woensdag 20 februari 2013

Poen


Waarom heet geld ook wel poen?

Het wordt Poen is een verbastering van een Hebreeuws woord. poen is afgeleid van 'metech ponem', dat 'gezicht van de koning' betekent. Hoofden van koningen sieren al heel lang munten en papier geld. De vorstenhoofden werden als beeldkenmerk gebruikt om over geld te spreken. Vandaar poen als algemeen woord voor geld.

Joods beroep
Dat poen een joodse achtergrond heeft hangt samen met de bankiers en geld wisselaars die vaak een joodse achtergrond hadden. Joden waren lange tijd uitgesloten van veel beroepen vanwege hun geloof, maar mochten wel vrije beroepen uitoefenen zoals geldwisselaar en bankier.

Bronnen op aanvraag beschikbaar

woensdag 13 februari 2013

Klapstuk


'Het klapstuk van de avond was . .'. Maar wat is een klapstuk eigenlijk?

Een klapstuk is een hoogtepunt van een evenement of bijvoorbeeld een collectie schilderijen. Klapstuk heeft niks te maken met 'klappen' als blijk van waardering. Een klapstuk is een grote zilveren rijksdaalder of andere zilveren munt.

De munten gebruikten mannen om hun kleding te versieren. De klap of klep die de schaamstreek bedekte werd er mee aan de broekband bevestigt. In zekere zin was de klep de voorloper voor de gulp met rits en broeksluiting.